BEWONERS VAN DOMUS


In dit project werk ik samen met de bewoners van Domus; een opvangtehuis van het Leger des Heils, in de Schilderswijk in Den Haag. Veel van hen zijn dakloos geweest, kampen met verslaving en psychische problemen. Vaak leer je ze alleen kennen op een negatieve manier: als veroorzakers van overlast, of als zielige slachtoffers van zichzelf en de maatschappij. Maar dat is niet het enige verhaal.

Met Bewoners van Domus wil ik niet over, maar mét de bewoners vertellen. Over hoe zij zichzelf en de wereld om zich heen zien. Samen met vier bewoners maakte ik uiteenlopende portretten, die passen bij hun individuele talenten en interesses. Steeds creëer ik ruimte waarbinnen de ander zelf bepaalt wat hij of zij over zichzelf kwijt wil, en hoe dat er dan uit moet zien. Kwetsbaar, persoonlijk, met optimisme en hoop. We maakten foto's, tekeningen, dans, een vierdimensionaal object en meer.

Dit was mijn afstudeerproject aan de fotografie opleiding van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.


GEPUBLICEERD IN THE BRITISH JOURNAL OF PHOTOGRAPHY  & MARIE CLAIRE ITALY
EEN FOTO UIT DE SERIE WERD GETOOND TIJDENS UNSEEN PHOTOFAIR AMSTERDAM, 2016


























Serge


E: Wat betekent MS13?
S: Met MS13 ben ik geboren. Op 13-7-1976, 7 en 6 is 13; om 13 over 3 begon mijn geboorte en 13 over 6 was ik geboren.

E: Wat is het verband met het Alziend Oog? En je tekeningen?
S: Tja. Het is net als Illuminati, een beetje een duivelsachtig iets. Ze staan ook altijd zo met die handjes, in een duivelsteken.

E: Ben jij dan een duivel?
S: Kan ik zijn, ja. Ik hou van de Duivel, ik hou van God. Ik hou van allebei en wil van allebei leren. Alletwee kennen.

E: En tot nu toe in je leven?
S: Is dat wel gebeurd. Ik ben één van de weinigen die met de Duivel en met God omgaat. God heeft mijn pad goedgekeurd en gezegd: jij moet dat gewoon doen, dat is je ding.

E: Dat heb je goed voor elkaar. Of hebben alle mensen dit?

S: Niet iedereen. Ik heb de middenweg gekozen.

E: Welke dromen heb je nog?
S: Van alles. Ik vlieg zelfs in m’n dromen.

E: Ja, maar je toekomst?
S: Ik kom ook dingen uit m’n toekomst tegen, ja. Zoals dit huis. De schilderijen, de beelden, de mensen. Dit ook, dit heb ik allemaal al een keer gezien. Het is een heel belangrijk punt in mijn leven. Ik had eigenlijk al dood moeten zijn, wat dus niet is gebeurd.

E: Hoe oud hoop je te worden?
S: Ik ga voor eternity.
































Afzal


Vanaf mijn eerste dag in Domus neemt Afzal me onder zijn hoede. Hij is de eerste bewoner die ik leer kennen en met wie ik een vriendschap opbouw. Hij is openhartig en sociaal en geïnteresseerd in wat ik kom doen.

Omdat ik weet  dat  hij schildert vraag ik hem de portretten die ik van hem maak te bewerken. Anders te maken, mooier of lelijker of iets ertussenin. Terwijl we borrelnootjes eten en geconcentreerd werken (hij aan de schilderingen en ik aan de foto’s) vertelt hij me over zijn ambitie om een Goed Mens te zijn, want hij gelooft in een rechtvaardige God. Hij vertelt me over de wereld en de schepping en de verantwoordelijkheid van ieder mens. Ik leer ook een donkere kant kennen uit de verhalen. Hij heeft zijn jeugd doorgebracht in tehuizen, veel drugs gebruikt en – om dat te betalen – veel op zijn kerfstok. Een Goed Mens zijn is niet gemakkelijk, zelfs als je het echt, écht wil.

In de periode dat we samenwerken en ik vaak op zijn kamer kom, is het er iedere week totaal anders ingericht; van een museum vol prachtige schiderijen naar een kale vloer en terug. Net als de seizoenen, rond en rond.
























Mark


Klak, tsjak, prrrrrrr. KLAK!

Mark danst, maar die zin drukt niet genoeg passie en vuurwerk uit. Het is niet dansen zoals jij en ik dat doen, een soort houterig aquajoggen, de danspasjes voor ons uit mompelend. Het is anders, het is wild en het grijpt om zich heen.

Mark is doof en voor onze gesprekken komt een tolk langs. Er is een vast aantal uren doventolk per maand. Mark vind het niet erg om doof te zijn, vertelt hij me, de mensen begrijpen hem toch wel. Hij drukt zich uit door beweging. Het ritme en de muziek zitten in z’n lijf, hij hoort de muziek niet maar voelt het ritme. Hij wil alleen over positieve dingen praten en liever niet over de schaduwkant van zijn leven.

Hij begrijpt niet waarom ik z’n kamer zou willen fotograferen, want er is daar niks. Het dánsen moet gezien worden: de straat op, het park in, naar buiten. Hij is trots dat ik hem fotografeer en dat we samen een video maken. “Als kind kon ik het al”, zegt hij. “Ik heb het nooit hoeven leren.”

Door de gesprekken die we via de tolk hebben merk ik dat Mark soms warrig kan zijn, maar ook waanzinnig enthousiast. Hij droomt groots en meeslepend. Iedereen moet onze video zien.









PUBLICATIE IN THE TALENT ISSUE, BRITISH JOURNAL OF PHOTOGRAPHY 2016




EINDEXAMEN EXPOSITIE KABK, DEN HAAG






MT. FIGURE , UNSEEN PHOTOFAIR 2016